Het contract is getekend, maar dan begint het pas: plannen, verven, inpakken en kopen, heel veel kopen. Meestal wordt je gedragen door de verwachtingen die je over je nieuwe leven hebt, maar tegelijk kun je er niet omheen: verhuizen kost verschrikkelijk veel energie. Hoe kun je voor jezelf zorgen?

In de eerste week van juni ging ik actief op zoek naar een nieuw huis. In de tweede week van juni had ik er een gevonden. Dat ging een stuk sneller dan ik had verwacht, zeker gezien de krapte op de hoofdstedelijke woningmarkt. Dus voor ik het goed en wel besefte stond ik buiten met een grote bos sleutels in mijn knuistje voor een huis dat volledig was gerenoveerd – en dat ik dus van vloer tot plafond onderhanden moest gaan nemen.

Nu, twee weken later, zit het meeste werk erop. Ik heb 150 vierkante meter muur in de voorstrijk en in de verf gezet, een vloer gelegd, een hele rij witgoed aangeschaft. Ik had het geluk dat ik er haast fulltime aan kon werken, dus dat scheelt. Maar niettemin ben ik gesloopt. Mijn hele lichaam kraakt en knarst van al het fysieke werk, acht tot tien uur per dag. En ik ben er nog lang niet: de verhuizing moet nog komen.

In dit proces heb ik een belangrijke les geleerd. Verhuizen is stressvol, zegt men wel. De les is dat dat niet klopt. Verhuizen is hard werken, want er moet veel gebeuren. Maar de stress, die creëer je zelf.

Hulp komt niet altijd meteen

Zo begon ik aan drie dagen schilderwerk met de hoop dat er elke dag vele vrienden op de stoep zouden staan om me te helpen. Maar doordeweeks moesten ze allemaal werken, en vrijdagavond begonnen de afzeggingen voor het weekend binnen te druppelen. Dubbele afspraken, werk inhalen, ziek, het land uit.

Zaterdagochtend ging ik in mijn eentje aan de slag, met lood in mijn schoenen. Mijn vrienden wilden me niet helpen. Had ik iets verkeerd gedaan? Was ik er wel genoeg voor hen geweest, de afgelopen tijd? Was ik niet goed genoeg? Verdiende ik hun hulp soms niet?

Het duurde een tijdje voor ik inzag dat dit niet over mij ging. Dat ik iemand ben die geneigd is onmiddellijk een fout te gaan zoeken, en altijd bij mezelf. Dat mensen nu eenmaal niet altijd op stel en sprong klaar kunnen staan, ook al zouden ze het willen.

Vanaf dat moment voelde ik me niet meer gekwetst, eenzaam en niet goed genoeg. Integendeel: ik schilderde erop los, met een fijn muziekje erbij, en was trots op mijn zelfstandigheid. Als niemand me kan helpen, dan lukt het ook alleen, dacht ik, zonder een spoor van verbittering.

De volgende dag kwam een goede vriendin me helpen. Het was erg gezellig en het ging erg snel opeens. Zo was ik uiteindelijk maar een dag later klaar dan ik had gepland. En de volgende keer vraag ik gewoon weer om hulp – wie weet lukt het dan wel.

Van falen leer je

Ik wilde een mooie grenen vloer in mijn nieuwe woning. Maar met echt hout had ik nog nooit gewerkt – wel mat laminaat, maar dat is wat anders. Van een vriend mocht ik de nodige apparatuur lenen. Ik kreeg er een waslijst tips en waarschuwingen bij. Die nacht sliep ik er haast niet van: zo veel dingen om op te letten! Dat moest wel fout gaan.

De volgende dag draalde ik lange tijd alvorens de eerste planken te gaan zagen. Mijn hart bonsde in mijn keel. Voor mijn geestesoog speelden zich diverse taferelen af, van scheve of kromgetrokken vloeren tot afgezaagde vingers en rondspetterend bloed. En zouden er wel genoeg planken zijn om alle miskleunen te kunnen opvangen?

Inmiddels ligt de vloer erin en heb ik acht pakken maagdelijk hout over, plus een hoop losse stukjes. Daar zitten wel wat miskleunen tussen, maar eigenlijk toch wel erg weinig. Sommige dingen doe je een keer fout en dan niet meer. En andere dingen doe je gewoon helemaal niet verkeerd. Mijn tien vingers zitten er godzijdank nog aan, en zo moeilijk was het uiteindelijk niet.

Doen moet je soms laten

Klussen en verhuizen is problemen oplossen. Welke muur ga ik eerst verven, welke daarna? In welke hoek begint de vloer? Hoe krijg ik alles zo efficiënt mogelijk schoon? Wanneer ga ik verhuizen, wie doet wat en waar komt alles te staan? Wat heb ik nodig?

Ons brein is dol op dit soort vraagstukken: afgebakende problemen waar je met simpele redeneringen en wat handelingen wel uit kunt komen. In een soort roes werkt het hele lijsten met problemen af, de een na de ander, en elke keer als er weer iets is opgelost, volgt een klein stootje voldoening: ajeto, buur. Zo versterkt deze modus zichzelf voortdurend: het doen leidt tot voldoening, en dus ga je gauw op zoek naar meer doen, voor meer voldoening.

Maar sommige dingen zijn geen afgebakend probleem dat met simpele redeneringen en handelingen is op te lossen. Neem nu mijn gekwetstheid toen niemand me kon helpen. In mijn doen-denken overwoog ik mensen te bellen die ik al een jaar niet gesproken had. Ik overwoog mensen nogmaals met klem te verzoeken me te komen helpen. En ik ging na bij mezelf of ik niet wat fout had gedaan – want dan kon ik het rechtzetten en zouden mensen alsnog komen helpen.

Maar zo werkt het dus niet. Sommige problemen vragen niet om doen, maar om niet-doen. Vooral als er moeilijke emoties in het spel zijn, zoals angst, onzekerheid, boosheid, gekwetstheid. Die kun je niet oplossen met denken en handelen. Integendeel: als je dat probeert, dan worden ze alleen maar groter en gaan ze je dag beheersen. En de volgende. En die daarop. En zo verspreidt je al verdriet en pijn in elke hoek van je nieuwe huis voordat je er überhaupt bent ingetrokken.

Dat kwartje viel meerdere keren bij mij, steeds in een andere context: de onzekerheid over de vloer en het bedienen van zware machines, de gekwetstheid door de vrienden die niet kwamen, en nog allerlei andere demonen die me kwamen bezoeken terwijl ik in mijn uppie mijn krakende lijf aan het werk zette.

En dus heb ik er een punt van gemaakt om elke dag minstens een half uur te mediteren in de ochtend, en dan nog een paar keer kort tussen de bedrijven door. Telkens ben ik gaan zitten en heb ik van een afstandje het doordenderende brein bekeken, dat maar bezig bleef met plannen maken en problemen oplossen. Ik heb me toegekeerd naar de moeilijke emoties, de twijfels, de pijn, en er een tijdje naar gekeken, zonder te willen dat het wegging. En zo ging het weg. Telkens stond ik op met nieuwe energie, verfrist in mijn geest, helder – om het pijnlijke lijf weer met frisse moed aan de arbeid te zetten.

De komende anderhalve week gaat dit circus door. Maar temidden van al dat doen, ergens in een hoekje van mijn hoofd, leun ik achterover en kijk ik het allemaal op mijn gemakje aan.

 

 


Sjoerd van der Linden

Ik ben Sjoerd van der Linden en De Padvinderij mindfulness is mijn uitvalsbasis om mindfulness en levenskunst uit te dragen.

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: